Incontinentie: Dienstplicht keuring





In 1992 werd ik opgeroepen voor de dienstplichtkeuring. Dienstplicht werd destijds langzaam afgeschaft en er hoefden nog maar de helft van het aantal jongens de dienstplicht ook vervullen. Destijds waren er 3 verschillende types jongens. Degenen die niet konden wachten, zichzelf  Rambo waanden, elk onderdeel en elk wapen kenden en hier enthousiast over waren. Dan was er de groep die er neutraal onder waren, die de 9 maanden wel zou uitzitten en hoopten dat ze in een afdeling werden ingedeeld waar ze iets konden doen wat ze leuk vonden. De laatste groep waren degenen die koste wat het kost hun dienstplicht niet wilden vervullen. Onder jongens van onze leeftijd gingen rare verhalen. Zoals dat je je te dom kon voordoen voor het leger, of net doen alsof je ogen zo slecht waren dat je bijna niks zag. Maar algemeen werd aangenomen dat de keuringsartsen hier wel doorheen zouden kunnen prikken. En dat ze je dan als wraak, of als opvoedkundige maatregel in het minst aantrekkelijke en strengste onderdeel van het leger zouden indelen. Voor iedereen voelde de dienstplichtkeuring als een moment waarop over 9 maanden van je leven, een eeuwigheid voor een 17 jarige, werd beslist.

De angst om ingedeeld te worden in een onaantrekkelijk onderdeel van het leger zat er goed in, en het vermoeden was dat men ook als men te laat kwam voor de keuring ter straf, en als opvoedkundige maatregel in een drill-compagnie werd ingedeeld. Ik woonde in een landelijk gebied van het land. Met de oproep, vragenlijst, en documentenlijst kregen we ook een openbaar vervoerskaartje voor de dag van de keuring. De reis zelf gaf voor mij al de nodige stress. Men moest destijds de buslijnen, treinverbindingen en perronnummers aan de hand van OV-boekjes zelf plannen. De laatste route, van treinstation naar het keuringsgebouw werd in de oproepbrief aangegeven. De reis zou zo’n 2,5 uur duren en ik was erg zenuwachtig. Ik stond op het punt om voor 9 maanden, een eeuwigheid! beoordeeld te worden. Bovendien had nog nooit in mijn leven een zo lange reis alleen gemaakt, en voelde me onzeker en klein.

De reis met het openbaar vervoer ging als gepland en aangekomen in de stad van bestemming begon ik te lopen. Vrienden die de keuring al hadden gehad, zeiden dat het keuringsgebouw heel makkelijk te vinden en niet te missen was. Maar ik moet waarschijnlijk al vanuit het treinstation de verkeerde kant zijn opgelopen. Ik snapte er niks van en raakte lichtelijk in paniek. In mijn achterhoofd spookte al een scenario van te laat komen op de keuring met alle gevolgen van dien. De laatste meters rende ik en ik kwam bezweet en uitgeput, precies op de minuut dat ik er moest zijn, binnen.

Al in de trein voelde ik plasdrang. Maar toen nog dacht ik, alles gaat goed, de trein was op tijd en ik zou er 25 minuten voor de afspraak zijn. Tijd genoeg om daar even naar het toilet te gaan. Pijnlijke plasdrang was niet nieuw. Tijdens mijn hele puberteit had ik vaak last van plots opkomende, pijnlijke aandrang. Heel af en toe had ik het toilet niet gehaald maar dat was maar zelden en ik gaf mezelf dan de schuld van het niet op tijd naar het toilet gaan, of te veel drinken. Maar de pijn van het ophouden was vaak verschrikkelijk. Ik vermeed situaties waar ik lange tijd niet naar het toilet kon, zoals schoolreisjes. Maar korte school-uitstapjes kon ik niet omzeilen en na een keer of wat natte broek te hebben opgelopen stopte ik vaak een kleine handdoek in mijn onderbroek. Het ging niet om een volle blaas inhoud maar om scheuten die ik niet kon tegenhouden. Ik had overwogen tijdens de reis voor te zorgen en een doek in mijn broek te doen, maar ik durfde het niet aan, hoewel ik in een periode zat van veel blaasproblemen.

In het keuringsgebouw was niemand om je aanwezigheid aan te melden en je werd geacht in de wachtkamer plaats te nemen. Er waren een stuk of 5 andere jongens en ik ging uitgeput van het rennen in een hoekje zitten. De klok gaf exact de tijd aan dat ik de afspraak had en ik was bang dat mijn naam al was opgeroepen. Ik durfde daarom niet naar het toilet te gaan, bang dat ik mijn oproep zou missen. Ik vroeg aan een jongen of mijn naam al was geroepen en toen hij zei van niet was ik eindelijk gerustgesteld en kon ik ontspannen. Mijn gedachten gingen  alle kanten op en op dat moment voelde ik mijn kruis nat worden. Niet een kleine scheut maar ik was in mijn broek aan het plassen en voordat ik dat realiseerde was mijn kruis al door nat. Een plasje urine had zich gevormd in de zitholte van de stoel. In paniek kneep ik mijn blaas dicht en keek snel onder de stoel of dit niet een zitting was met gaten in de holte waardoor mijn urine op de vloer zou druppelen. Dat was gelukkig niet het geval en ik keek schichtig om mij heen of niemand iets gemerkt had. Ik werd verpletterd door emoties en kon alleen maar denken dat ik de wachtkamer door moest lopen en de anderen mijn natte broek zouden zien.

Na een paar minuten werd ik geroepen. Met knikkende knieën stond ik op bedekte mijn natte kruis met het tasje met documenten die ik in mijn hand hield en trok mijn jas van mijn schouders af naar beneden over mijn kont. Ik keek even achterom naar de stoelzitting. Deze was vochtig, maar er stond gelukkig geen plas urine meer in. Dit was door mijn broek al opgezogen. Ik voelde urine langs mijn been naar beneden lopen toen ik, met mijn hoofd naar beneden, de kortgeschoren militair in uniform tegemoet liep. In een kamertje moest ik hem de benodigde documenten overhandigen. Ieder woord was een commando en intimideren was blijkbaar een manier om duidelijk te maken waar het in het leger om ging. Hij had een lijst met vragen maar ik kon mij niet concentreren. Ik verwachtte elk moment een snauw, hoe ik het in mijn hoofd kon halen onder de dienstplicht door te kunnen komen door in mijn broek te plassen, dat ze wel raad wisten met een dwarsligger als mij, die zich nergens voor schaamde. Maar hij keek alleen naar mijn kruis en merkte op dat ik dat, hij wees naar mijn natte broek, zodadelijk aan de arts kon uitleggen in een vriendelijk, menselijke toon. Hij vroeg me nog of ik een droge broek wilde. Ik zei van niet, maar dat ik wel even naar het toilet wilde.

Ik huilde er een minuut mijn ogen uit. Plaste mijn blaas leeg en droogde mijn broek en onderbroek zo goed het ging met papieren doekjes. Toen ik klaar was, kon ik meteen doorlopen naar de artsenkamer. De arts was een vriendelijke man en hij was niet in uniform maar droeg een witte artsenjas. Hij had al gehoord dat ik een ongelukje had gehad en vroeg of mij dit vaker overkwam. Ik loog en zei van niet en mompelde dat ik verdwaald was, bang was geweest te laat te komen en zenuwachtig was. Ik wist niet of hij me geloofde, maar in ieder geval had ik niet het gevoel als dwarsligger, en dienstplicht verwijderaar aangezien te worden. Tijdens de fysieke keuring vroeg hij naar de littekens die ik had van liesbreuk en varicocele operaties en of ik nog ergens last van had. De fysieke keuring was een standaard check die niet zo lang duurde en waarna ik me weer kon aankleden. Mijn kleren waren nog nat, koud en het voelde verschrikkelijk vernederend deze weer aan te moeten trekken.

Daarna volgde nog een intelligentietest met vragen die in een bepaalde tijd schriftelijk moesten worden beantwoord. Een andere, in uniform gestoken militair, stond in de volgende kamer. In afgemeten woorden legde hij uit wat de bedoeling was. Hij voegde er nog waarschuwingen aan toe de test serieus te nemen aangezien ze door elke vorm van manipulatie om onder de dienstplicht uit te komen snel door zouden hebben. Daar stond ik, een sprieterige 17 jarige puber met beplaste broek, voor een boom van een kerel die naar mij keek met een blik die het midden hield tussen afkeer en minachting. Er stonden meerdere stoelen in de kamer die leek op een klaslokaal, maar ik werd gewezen op een stoel te gaan zitten waarop een matje lag. Pas later realiseerde ik me dat dit een incontinentie onderlegger moet zijn geweest. De vragen waren niet moeilijk en mijn zelfvertrouwen groeide weer een beetje toen ik me realiseerde dat ik deze waarschijnlijk goed had gemaakt en ruim binnen de tijd. In ieder geval kon mij wat de test betrof niemand van manipulatie van de keuring betichten.

Toen ik klaar was gaf ik het formulier aan de boomlange militair. Hij keek vluchtig op het formulier of ik alle vragen had beantwoord, keek me vervolgens doordringend aan en zei dat ik kon gaan maar het stoelmatje moest meenemen. Met een rood hoofd pakte ik de klamme onderlegger en stopte het in mijn stoffen tas. Ik zou binnen enkele weken de uitslag krijgen en daarmee was de keuring klaar. Zonder een hand te schudden werd de deur voor mij open gemaakt en kon ik gaan. Het was een warme voorjaarsdag en ik voelde me vies, rook mezelf en door de afstand die de laatste defensie medewerker van me hield begreep ik dat hij mij ook vies vond. Met klamme broek moest ik naar huis. Ik overwoog nog ergens een nieuwe broek of onderbroek te kopen maar wist niet hoe ik me in een grote stad kon omkleden. Ook had het feit dat ik eerder verdwaald was me bang gemaakt en ik wilde alleen nog maar naar huis. Ik had mijn jas om mijn middel gebonden en hield mijn tas voor mijn kruis. Ik ging nog even op een bank in de zon zitten in de hoop dat mijn broek iets op zou drogen.

Een paar weken later kreeg ik bericht van het Ministerie van Defensie dat er geen medische reden was om de dienstplicht niet te vervullen. Wat mij die dag was overkomen is me altijd bijgebleven. Angst voor herhaling was er vanaf toen altijd. Ik stond op de drempel van volwassen worden maar had geen idee hoe ik daarmee om moest gaan. Terwijl vrienden vol enthousiasme hun dienstplicht vervulden en een stap maakten in richting volwassenheid, wist ik niet hoe ik 9 maanden van huis kon overleven zonder nog eens in mijn broek te plassen. Ik werd bang, vroeg me af of ik niet toch aan de arts had moeten zeggen dat mijn blaas wel zwak was en misschien mijn klachten nog iets had moeten aandikken. Maar anderzijds kon Defensie een tweede medische keuring verlangen en waarschijnlijk ook een medische behandeling om toch geschikt te worden om de dienstplicht te vervullen. Dit was nog beangstigender dan het vooruitzicht op 9 maanden dienstplicht. Na enkele maanden kwam het verlossende bericht dat gezien het aantal opgeroepen jongens het aantal dienstplichtigen overtrad, ik bijzondere dienstplicht had. Dit betekende dat ik niet werd ingedeeld, maar dat dit alsnog in tijden van crisis kon gebeuren. In de praktijk betekende dit dat ik niet mijn dienstplicht niet hoefde te vervullen en ik was dolblij.