Incontinentie: Opgroeien als bedplasser

Bedplassen bleef een probleem toen ik opgroeide. Mijn thuissituatie was moeilijk en ik stond er alleen voor en vond dat ik dit ook zelf moest en kon oplossen. Toen ik al lang zindelijk had moeten zijn, en mijn moeder vaak kwaad op me was omdat ik weer in bed had geplast, zocht ik naar oplossingen. Stoppen met drinken, proberen te plassen voor het slapen gaan waren natuurlijk de eerste maatregelen die mijn ouders al hadden genomen. Ook dreigen met luiers werd gebruikt, maar aangezien de opvatting was dat het preventief dragen van luiers het sturen van de gedachten om niet in bed te plassen zou beïnvloeden, werd dit toch niet gedaan. Deze denkwijze is mij altijd bijgebleven, van jongs af aan en zou later een grote impact op mij hebben.

Natuurlijk was ik blij ‘s nachts geen luier te hoeven dragen, ik was en wilde zijn zoals ieder ander kind. Bovendien plaste ik niet zo vaak in bed en waren het vaak periodes dat ik er last van had. Ik wilde dat het stopte, maar vooral ook wilde ik geen last zijn voor mijn moeder die steeds mijn bed moest verschonen. Ik pakte daarom stiekem een handdoek uit de badkamer om daarop te slapen. Het hielp wel natuurlijk, maar mijn pyama werd nog steeds nat en dus had ik een nieuw plan. Ik vouwde de handdoek op en stopte hem in mijn onderbroek. Zo bleef mijn bed en pyjama droog en hoewel er nog wel eens een druppel in mijn onderbroek en bed belandde, was dit een grote verbetering. Voor mijn familie plaste ook ik, met 8 of 9 jaar, eindelijk niet meer in bed.

Ondertussen waste ik de handdoeken uit en liet ze drogen in een hoek van de kelder voordat ik ze in de was deed. Dit deed ik ook met mijn pyama of matrashoes als er toch eens een grotere natte plek was. Maar het was frustrerend dat ik geen idee had hoe dit op te lossen. Als het dragen van luiers onbewust tot bedplassen kon leiden, dan zou ik dit toch zeker bewust ook moeten kunnen stoppen? Een van de rare gedachtegangen die ik toen hanteerde was dat ik met mijn hand op mijn kruis ging slapen. Ervan uitgaande dat als ik niet wakker werd door het plassen zelf, ik dat wel wakker zou worden, als ik de vochtigheid op mijn hand zou voelen.

Op zekere manier werkte het ook nog, zij niet zoals ik me dat had voorgesteld. Momenten dat ik bewust ging slapen met de gedachte dat ik niet in bed zou plassen, gebeurde het ook meestal niet. Nu weet ik dat slapen gaan met een zekere mentale spanning mijn lichaam eveneens deed aanspannen waardoor ik niet in bed plaste en dat het niks met mijn hand hersen coördinatie te maken had. Maar bedplassen kwam alleen voor als ik ontspannen en zorgeloos was. Het duurde tot mijn 13e, 14e tot ik dit in de gaten had.

Slapen bij vrienden deed ik ondertussen nooit. Enkel bij neefjes bleef ik soms een nacht slapen en ik zorgde er altijd voor dat ik een handdoek in mijn onderbroek kon doen. Maar omdat ik me bewust was van het gevaar van bedplassen gebeurde dit op die momenten eigenlijk nooit. Op vakantie kon het wel nog eens gebeuren hoewel ik me ook hier erg bewust was van het gevaar. De urenlange autorit was al een enorme spanning die ook zeer pijnlijk was voor mijn blaas aangezien ik koste wat het kost mijn urine voor uren moest ophouden. De spanning was zo vermoeiend en pijnlijk, en mijn ritme zo van slag was dat ik de dagen erop nog wel eens in bed plaste.

Op schoolreisjes of op kamp ging ik maar een enkele keer. En dan nog moest ik zeker weten dat ik min of meer stiekem een handdoek in mijn onderbroek kon stoppen. Echter was de nacht meestal niet het probleem. Uren niet kunnen plassen daarentegen, omdat we in de bus zaten, of een wandeling in de natuur, een boottocht maakten, was zo ontzettend moeilijk en pijnlijk dat ik er geen plezier aan kon beleven. De pijn maakte dat ik me afzonderde, achter bleef en niet, of maar half actief meedeed. Uitleggen wat er aan de hand was, kon ik niet, niet tegenover mezelf en ook niet tegenover anderen. Eens ik mijn blaas had aangespannen, kon ik maar heel moeilijk terug naar mijn normale lichaamsspanning. Dan werd gewoon uitplassen moeilijk en de aandrang begon na een half uur weer opnieuw. Het had effect op mijn hele lichaam, mijn darmen, eetlust, concentratie en uithoudingsvermogen. Ik was vaak teneergeslagen en voelde me minderwaardig. De gedachte bleef door mijn hoofd spoken, dat ik, de knop van bedplassen en zindelijkheid, die anderen al met 3 of 4 jaar hadden omgezet, nog steeds niet helemaal kon omzetten. Dat ik in mijzelf moest zoeken en dus ook de schuld bij mezelf moest leggen. Bedplassen stopte grotendeels toen ik ongeveer 14, 15 jaar was, maar de pijnlijke, plotselinge aandrang en verlamming door spanning bleef tot mijn 18e, 19e levensjaar.

Een relatie opbouwen, zij het een vriendschap of romantisch, wordt en werd altijd beïnvloed door dat wat ik over mezelf wil delen, wat ik meedraag uit mijn verleden en door de angst voor de toekomst. De drang om mijn problemen zelf aan te pakken en op te lossen zit diep en mensen op een afstand houden is daar het gevolg van. Verlegenheid zit in me, maar ik vraag me af, als mijn fysieke klachten niet zo zeer met schaamte waren omringd, of ik dan ook zo introvert, zo gesloten zou zijn geworden als dat ik nu ben. Iedereen is zoals hij is en dat is prima, maar ik heb het gevoel dat ik door mijn blaasklachten van kinds af aan veel levensvreugde heb moeten missen. Mijn geslotenheid is daar zeker het gevolg van en veel mensen kennen me zo maar niemand weet waarom ik geworden ben zoals ik ben.